DIESEL
& VEGGIE OIL
Fotoboek












Hoofdstuk 6: Nevada City
‘Wat is de naam van de groente die Joel rond de gaspedaal heeft gewikkeld?’ vroeg ik terwijl ik de sleutel in het contact stak.
‘Comfrey,’ zei Anna.
‘Aaah, dus dat is comfrey.’ Ik startte de motor.
‘En waarom hangt het rond de gaspedaal?’
Ik stelde voor om deze keer zelf te rijden. Meestal zat ik achterin, maar aangezien Joel de glazen pot wiet de ganse rit tussen zijn benen geklemd hield en de inhoud daarvan al was gehalveerd, leek het me een goed idee het stuur over te nemen.
Rijden met de bus was allesbehalve ontspannend. Schakelen was als in een tank en het feit dat de noodrem bij elkaar werd gehouden door een schroevendraaier droeg niet bij tot mijn gemoedsrust. Maar het was nog altijd minder stresserend dan voortdurend de weg en Joels oogleden in de gaten te moeten houden.
Toen we de bergen inreden nam Anna nam het stuur over. Joel en ik probeerden rechtopstaand ons evenwicht te bewaren terwijl Anna door de ene na de andere haarspeldbocht raasde. Bus-surfen noemden we het. Toen Joel zich vastklampte aan een van de steunpalen voor het podium op het dak, riep ik me uit tot winnaar van onze wedstrijd
‘Kan je me de kokosboter even aangeven?’ vroeg Anna die haar blik strak op de weg hield. ‘En een kussen, alsjeblieft.’ Ik stak het kussen achter Anna’s rug en schroefde het deksel van de pot kokosboter.
‘Kokosboter is goed voor je tandvlees,’ zei ze. ‘Doodt al de bacteriën.’ Ze opende haar mond en ik gaf haar een lepel.
‘Jij ook, Joel?’ Joel waggelde naar de bestuurdersbank en opende zijn mond. Ik nam zelf ook een schep en stak de pot weer in de rieten mand naast de zijdeur. Joel schoof een van de ruitjes naar beneden en klom het dak op. Ik nam mijn camera uit mijn tas en ging hem achterna. Anna gorgelde iets vanachter het stuurwiel maar ik besloot haar niet te horen en al zeker niet te verstaan.
Toen ik me optrok aan een van de zonnepanelen hoorde ik mijn camera knallen tegen het venster. Joel richtte zich langzaam op, zijn olifantenpijpen flapperden in de wind. De gigantische sequoiabomen raasden voorbij en mijn haren sloegen me in het gezicht. Ik legde me op mijn rug, greep met mijn ene hand het zonnepaneel beet en met mijn andere de camera. Ik keek door de zoeker en drukte op de rode knop. Joel schonk me dit soort visuele geschenken dagelijks. Het bevatte alles wat ik in een beeld verlangde: indrukwekkende natuur, beweging, natuurlijk licht en in het midden van al die schoonheid een personage. Voor ik Anna en Joel leerde kennen, waren mijn beelden levenloos. Mooie natuurbeelden maar ook niks meer dan dat. Goed voor een toeristische reportage misschien maar niet geschikt voor een langspeelfilm.
Net voor een felle straal zonlicht het bladerdek doorboorde, draaide Joel draaide zich langzaam om. Maar voordat het shot zijn crescendo zou bereiken, vertraagde de bus en kwam ze tot stilstand aan de kant van de weg. Anna stapte uit en deed teken. Ik klom de trap af maar Joel bleef op het dak staan. Hij keek Anna strak aan. Ze spuwde de kokosboter uit haar mond, tien minuten te vroeg.
‘Als een agent jullie ziet, dan krijgen we ongetwijfeld een boete. En we zijn nu al blut.’ Joel schudde teleurgesteld zijn hoofd. Op zijn beurt spuwde ook hij de kokosboter uit. Hij klom van het dak en ging naast Anna staan die achter het stuur haar tanden zat te poetsen. Ik voelde de bui al hangen en nam snel mijn camera in de aanslag.
‘Herinner je je de leuke Anna nog?’ vroeg Joel. Anna staarde hem aan, haar tandenborstel in haar mond.
‘Je weet wel. Die Anna die nog avontuurlijk was, die nog opwindend was. De Anna die saxofoon begon te spelen in Santa Fe nadat die agent ons had verwittigd dat het verboden was, maar het toch deed, waardoor die oude vrouw ons een biljet van vijfhonderd dollar gaf. Vijfhonderd dollar! Omdat we haar overleden mans favoriete nummer speelden.’ Anna poetste langzaam verder en keek strak voor zich uit.
‘Herinner je je die Anna nog? zei Joel en wierp een blik in de camera. ‘Want die Anna was leuk.’
Hij klom het dak weer op. Anna frunnikte aan het afgebladerde leder van het stuurwiel. Een traan rolde over haar wang. Toen ze de camera opmerkte, wende ze haar blik af en wierp me de meest teleurgestelde blik. Ze startte de motor. Ik trok de deur achter me toe.
De hele verdere rit door de bergen werd er niet meer gesproken. Toen we de asfaltweg verlieten en een zandweg insloegen, nam Joel het stuur over, nog altijd zonder een woord te zeggen. Anna klapte de banken open tot een matras en sloeg lusteloos wat akkoorden aan op haar gitaar. Om de spanning tussen de twee te ontlopen, nam ik mijn camera en begon ik foto’s en video’s te verwijderen om kaartgeheugen vrij te maken.
De zandweg werd steeds steiler en de putten steeds dieper. De zon was intussen rood geworden en het avondlicht schemerde door de hoge sequoia's. Anna en ik sprongen om de zoveel meter uit de bus en legden rotsblokken over de putten opdat Joel de bus erover zou kunnen rijden. Toen we aan een metalen hek kwamen, gaf Anna de code van het cijferslot in en duwde ze het hek open. Twee verblindend felle koplichten reden op ons af en ik hoorde een autodeur openklappen.
‘Connor?’ riep Anna.
‘Nee, het is Trevor.’
Trevor zag eruit als een Hollywoodacteur, gebruind en knap. Te allen tijde liet hij een schouderbandje van zijn overall loshangen, waarschijnlijk om zijn gespierde borst te tonen. Hij was zo aantrekkelijk dat ik het vervelend vond. Hij reed voor ons uit en gaf ons een rondleiding doorheen de wietplantage. Hij toonde ons de drie serres, de watertank en de vrachtcontainers waar ze de proviand in bewaarden.
‘Wat is dat?’ vroeg ik toen we voorbij een groot houten bord liepen waarop een naam en een telefoonnummer was geschilderd.
‘Dat is de naam en telefoonnummer van onze advocaat. Voor het geval de politiehelikopters overvliegen. Zo denken ze dat we een legale onderneming zijn.’
‘En dat zijn we niet?’
‘Verre van,’ zei hij en hij klopte me op de rug, iets te joviaal. Omdat ik gebruiken wou maken van de laatste zonnestralen om nog wat beelden te schieten, ritste ik mijn cameratas open.
‘Ho, ho. Wat is dat?’
‘Een camera…’
‘Die berg je nu op en die haal je niet meer boven. Weet je wat? Geef me je batterijen.’
Het was pijnlijk om de volgende dagen geen foto’s te kunnen nemen van Anna en Joel tussen de honderden wietplanten en de fantastische natuur. Verder had ik het op de plantage uiterst naar mijn zin: we ontvingen elk tweehonderd dollar om slechts een paar uur per dag te werken. Bovendien was takken van planten snoeien op een zonnige berg in Californië met muziek op de achtergrond en een frisse pint bier in de hand beter dan kookboeken inpakken in een grauwe boekhandel in Antwerpen.
Het was onze taak de takken die nooit grote bloemen zouden opleveren, bijvoorbeeld onderaan de plant de takken die nauwelijks zon vangen, te knippen. Op die manier stromen alle voedingstoffen integraal naar de meest veelbelovende takken. Trevor hield ons strak in de gaten. Joel kreeg alsmaar schouderklopjes voor zijn goede werk terwijl ik voortdurend op de vingers werd getikt omdat ik te veel waardeloze takken nog een kans gaf.
Om het uur werd een nieuwe joint gerold en doorgegeven. Ik sloeg die telkens af tot ik het niet deed. Ik stak mijn hand uit en Joel gaf me de joint aan. Hij liet de rook uit zijn longen ontsnappen en kuchte al lachend.
‘Jeej! Timo wordt stoned!’
Toen nauwelijks nog iemand aan het werken was, nam ik mijn camerabatterijen die Trevor op het dashboard van zijn auto had laten liggen en stak ze in mijn camera. Trevor en Joel spanden een extra zeil over de serres. Ik klom op de ladder die ernaast stond en nam een foto van Trevor die het touw over de serre gooide. Ik klom de ladder af en Trevor trakteerde me op een strenge blik.
‘Heb jij die batterijen uit mijn auto gepikt?’
‘Niet gepikt. Hier. Kijk.’ Ik liet hem de foto op het scherm zien.
‘Holy shit. Jij bent goed.’ Joel kwam tussen ons in staan en keek mee naar het lcd-scherm.
‘Trevor, jij sexy half-god! Godverdomme wat een lijf.’ Trevor lachte.
‘Oké, Timo. Ga je gang. Je mag het leven op de plantage vastleggen.’
In mijn roes nam ik foto na foto en elke foto was nog beter dan de vorige. Ik klom op ladders, legde me op de grond om andere perspectieven uit te testen en vroeg Anna, Joel, Trevor en de andere werkers om poses aan te houden of nieuwe te proberen, iets wat ik voordien nooit durfde. Ook de volgende ochtend bleek het nog altijd de sterkste fotoreeks die ik ooit had gemaakt. Ik toonde ze aan de anderen en allemaal gaven ze me hun mailadres om de beelden door te sturen. Nadien drong het wel tot me door dat ik alle videobeelden die ik de voorbije vier dagen had gedraaid voor altijd kwijt was. Ik had ze immers verwijderd om plaats vrij te maken voor de foto’s.